Normen

Om aan het Keurmerk Christelijke Zorg te voldoen, dient de zorgverlener te voldoen aan een aantal normen. Er bestaat een set normen voor instellingen den een set normen voor zelfstandigen. Een instelling is elke organisatievorm met meer dan één medewerker. Van een zelfstandige is sprake in geval naast de praktijkhouder geen andere medewerkers betrokken zijn bij de praktijk.

Hieronder vindt u beide normensets. U kunt onder downloads deze normen inclusief toelichting downloaden.

Normen Keurmerk Christelijke Zorg | Instellingen

  1. De instelling verwijst in haar grondslag naar de Bijbel als Gods Woord.
  2. Vanuit deze grondslag zijn missie, visie en beleid geformuleerd.
  3. De instelling maakt werk van (het operationeel maken van) haar identiteit.
  4. De instelling draagt zorg voor een transparante communicatie over haar grondslag en identiteit en de daarop gebaseerde werkwijze.
  5. De instelling stemt haar identiteitsgebonden werkwijze af op de levensbeschouwelijke identiteit van de cliënt.
  6. De levensbeschouwelijke identiteit van de cliënt wordt in de verwijzing meegenomen.
  7. Identiteitsgerelateerde vragen zijn opgenomen in de evaluaties en onderzoeken.
  8. De instelling draagt er zorg voor dat medewerkers gemotiveerd en deskundig conform de grondslag en het beleid hun werk kunnen uitoefenen.
  9. De instelling voldoet aan binnen de branche geldende kwaliteitscriteria en heeft het daarbij behorende certificaat behaald.
  10. Alle leidinggevenden en hulp-/zorgverleners zijn christen en verbonden aan een christelijke geloofgemeenschap.
  11. De instelling onderhoudt structureel contact met cliëntenraden en andere betrokken groepen of verbanden inzake de grondslag en identiteit van de instelling.
  12. De instelling kan relevante referenties aandragen van de cliëntenraad, een christelijke instelling en een christelijke geloofgemeenschap.

© Stichting ikzoekchristelijkehulp.nl / Normen Keurmerk Christelijke Zorg / 30 september 2009 / versie 1

 

Normen Keurmerk Christelijke Zorg | Zelfstandige

  1. De praktijk heeft Gods Woord, de Bijbel, als uitgangspunt voor haar werkwijze.
  2. De praktijk maakt werk van (het operationeel maken van) haar christelijke grondslag en identiteit en communiceert hierover transparant en cliëntgericht.
  3. De praktijk stemt haar identiteitsgebonden werkwijze af op de levensbeschouwelijke identiteit van de cliënt.
  4. Identiteitsgerelateerde vragen zijn opgenomen in de evaluaties.
  5. De praktijkhouder is in het bezit van relevante diploma's/certificaten.
  6. De praktijkhouder draagt zorg voor deskundigheidsbevordering in de vorm van bijscholing en intervisie.
  7. De praktijkhouder voldoet aan binnen de branche geldende kwaliteitscriteria.
  8. De praktijkhouder is christen en verbonden aan een christelijke geloofgemeenschap.
  9. De praktijk kan relevante referenties aandragen van een predikant, een collega en een cliënt.

© Stichting ikzoekchristelijkehulp.nl / Normen Keurmerk Christelijke Zorg / 22 maart  2010 / versie 2